Ontwikkelingsgericht onderwijs/Onderzoekend leren/Programma gericht onderwijs

Tijdens de schooltijden wordt in de onderbouw gewerkt volgens het concept voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO). In de midden- en bovenbouw gaat het Ontwikkelingsgericht Onderwijs over in onderzoekend leren en programma gericht onderwijs. Het opdoen van kennis heeft de prioriteit, maar het gaat om meer, namelijk talentontwikkeling en het proces om tot resultaten te komen. De kinderen leren samen te werken, elkaars kwaliteiten te respecteren en in te zetten, te onderzoeken, bronnen te raadplegen, verslagen te maken en met elkaar te overleggen. De leerkracht werkt, speelt en onderzoekt met de kinderen mee. De leerkracht observeert en registreert de ontwikkelingen van de kinderen en onderneemt stappen om de kinderen verder te helpen.

Kinderen leren veel van echte zaken die voor hen interessant zijn. Uitstapjes zijn dan ook belangrijk. De kinderen bezoeken allerlei plaatsen en instanties die te maken hebben met het thema waar ze in de klas mee bezig zijn. Op deze manier krijgt het onderwijs meer betekenis en blijft het geleerde beter hangen. De leerkrachten worden hier steeds in geschoold.
Binnen het OGO en Onderzoekend leren staan thema’s centraal. Iedere groep kan met een eigen thema bezig zijn. Het actuele thema komt terug in alle kernactiviteiten.

Kernactiviteiten zijn bijvoorbeeld: lees/schrijfactiviteiten, gespreksactiviteiten, onderzoeksactiviteiten. Centraal in alle kernactiviteiten staat de taalontwikkeling. Binnen een thema komen zoveel mogelijk vakken geïntegreerd aanbod. Methoden worden gebruikt als bronnenboek en niet chronologisch doorgewerkt. De leerkracht formuleert bij elk thema doelen. Een thema duurt zes tot acht weken.

Programmagericht onderwijs is vertrouwd, veilig en voorspelbaar. De kinderen krijgen de leerstof stapsgewijs aangeboden. Er wordt gebruik gemaakt van methodes voor de verschillende vakgebieden. Zo weet het kind waar het aan toe is. De leerkracht legt verbanden tussen de vakgebieden en geeft zo betekenis aan wat het kind leert. Bij programmagericht werken ligt de nadruk op de kwaliteit van het onderwijsresultaat: wat heeft het kind van het aanbod opgestoken. Ook hier is het van grote betekenis om na te gaan in hoeverre het gegeven onderwijs werkelijk tot resultaat heeft geleid. Bij programma gericht onderwijs wordt wel van de veronderstelling uitgegaan dat een goed resultaat als vanzelf door een goed onderwijsproces tot stand is gekomen. Maar niet alleen het resultaat is van belang, ook de wijze waarop het kind tot resultaat komt, heeft betekenis om het leer- en ontwikkelingsproces van het kind te kunnen begeleiden.
De leerkracht heeft in deze benaderingswijze geen ondersteunende maar een meer sturende rol. De leerkracht stuurt door de kinderen stapsgewijs door de ontwikkelingslijnen en baant de weg naar de (eind)doelen. Bij het werken met programmagerichte methoden werkt de leerkracht doelgericht, aan het bereiken van vooraf bepaalde gespecificeerde doelen. De kenmerken van programmagericht onderwijs zijn:

• Dagelijkse routine
• Registratie
• Observatie
• Mijlpalen in de ontwikkeling
• Leerlingvolgsysteem