Wat doen de kinderen van 2 tot 4 jaar?

 

Kinderen van 2 tot 4 jaar krijgen alle ruimte om zich in hun eigen tempo te ontwikkelen. De pedagogisch medewerkers hebben binnen Sterrenschool Apeldoorn een ondersteunende functie. Zij helpen de kinderen om hun spel uit te breiden en te verdiepen. Hierbij ligt de nadruk op de sterke kanten van het kind. Activiteiten sluiten aan bij wat op dat moment in de groep leeft. Er is veel aandacht voor de taalontwikkeling. Door naar kinderen te luisteren en belangstellend te reageren op hun pogingen om hun wensen, gedachtes en ervaringen onder woorden te brengen leren de kinderen vrij te praten over wat ze meemaken.

Er wordt gewerkt met een vast dagprogramma. Dat geeft kinderen en pedagogisch medewerkers houvast. Aan het begin van de dag maken de kinderen plannetjes. De kinderen gaan hiervoor met een van de pedagogisch medewerkers aan tafel zitten en mogen om de beurt bedenken wat ze willen gaan doen. Kinderen met een beperkte woordenschat kunnen speelgoed aanwijzen of aan de hand van foto’s hun keuze maken.

Daarna gaan ze vrij spelen in de hoeken. Dit noemen we speelwerken. Daar voeren de kinderen hun plannen uit. Daarna komen ze weer met een groepje kinderen en een pedagogisch medewerker bij elkaar en bespreken ze wat ze hebben gedaan (terugkijken).
De ruimte is ingedeeld in hoeken, zoals het Huis, de Bouwplaats, het Atelier, de Bibliotheek, de Ministad en het Muziektheater, met materialen die de kinderen uitdagen tot spel en samenspel. De hoeken worden regelmatig aangepast, zodat de kinderen telkens wat nieuws kunnen onderzoeken. 
 

De opbergplekken van speelgoed en andere materialen zijn voorzien van plaatjes of foto’s waardoor de kinderen spullen makkelijk kunnen vinden en naderhand ook weer op kunnen ruimen. Alles ligt zo veel mogelijk in open kasten. De kinderen worden uitgedaagd om zelf te kiezen wat ze willen doen en om zelf de spullen te pakken die ze nodig hebben. Zo ontdekken ze wat ze allemaal met verschillende materialen kunnen doen. De leidsters stimuleren de kinderen door hen steeds op nieuwe mogelijkheden te wijzen. Door deze manier van werken onthouden en begrijpen kinderen beter wat ze gedaan hebben. Zo krijgen ze beter grip op hun omgeving en dat verhoogt hun zelfvertrouwen.

Peuters die al toe zijn aan meer
Kinderen kunnen als zij daar aan toe zijn af en toe een deel van de ochtend mee doen met een (aangepast) programmaonderdeel van de onderwijstijd. Zo wordt voor hen de overgang naar het onderwijsprogramma heel natuurlijk.