Wat houdt ontwikkelingsgericht werken in?

Ontwikkelingsgericht werken betekent dat de leerkracht de leerstof betekenisvol maakt: hij biedt de lesstof aan in een zogenoemde “rijke” leeromgeving die aansluit bij wat onder de kinderen leeft. Elke 4 maanden wordt voor elk kind een ’Persoonlijk Leerplan' opgesteld. Dit wordt afgestemd op de leerdoelen van uw kind en houdt rekening met zijn of haar aanwezigheid ivm vakanties en vrije dagen.

Het tempo, de leerstijl en de oefeningen worden aangepast aan de behoeften van elk kind en natuurlijk ook met hem besproken. Na elke 4 maanden wordt met de ouders besproken of de doelen zijn gehaald, wat nog aandacht nodig heeft, wat de doelen voor de volgende keer zijn.

Binnen het onderwijsdeel wordt gewerkt met instructieblokken en thematische blokken. Bij beide blokken volgt de leerling een eigen leertraject. De leerkracht ontwikkelt, volgt en bewaakt hierbij de leerlijn van het kind.  

De kinderen starten de schooltijd in een eigen basisgroep. Een eigen groep betekent ruimte en aandacht voor sociale contacten. Rekenen, taal en lezen gebeurt in niveaugroepen en met behulp van e-learning. Naast de niveaugroepen ontmoeten de kinderen elkaar weer voor het uitwerken van thema’s in diverse werkvormen. Daarbij komen vooral de zogeheten zaakvakken aan bod zoals geschiedenis, biologie en aardrijkskunde. Maar ook in deze thematische blokken speelt rekenen, taal en lezen weer een rol.

Een thema duurt ongeveer 8 á 10 weken. Doordat de leerkracht de kinderen goed kent weet hij wat hen boeit. Door de kerndoelen voor het basisonderwijs te “verpakken’ in betekenisvolle thema’s zullen de kinderen eerder geboeid raken en de stof sneller opnemen en beter onthouden. Maar het gaat niet alleen om cognitieve vaardigheden. Ook samenwerken, plannen en zelfstandig werken komen zo aan bod.